Tip 10: Hoe vermijden het kind van de rekening te zijn

by ingrid

Hoe je als architect behoeden om het kind van de rekening te zijn wanneer er iets fout loopt

Het opvragen van de verzekeringsattesten tienjarige aansprakelijkheid woningbouw van de aannemers die werken uitvoeren aan de ruwbouw water- en winddicht blijft een bron van ergernis en zorgen voor vele architecten.

Zoals uitgelegd in onze eerste tip “Wat moet ik doen als één van de bouwpartners het verzekeringsattest Wet Peeters-Borsus niet voorlegt?", rust op de architect de nieuwe verplichting om het verzekeringsattest tienjarige woningbouw op te vragen wanneer verzekeringsplichtige bouwpartners hun attest niet afgeven voor aanvang van hun werken. De wetgever heeft de architect echter niet de middelen gegeven om onwillige bouwpartners te dwingen aan hun verplichting te voldoen.

In onze eerste tip zijn we ingegaan op de juridische kant van de zaak, namelijk hoe kan je bij het niet aanleveren van de verzekeringsattesten door de andere verzekeringsplichtige bouwpartners vermijden dat je je als architect aan de wettelijk voorziene sancties blootstelt.

Als je die acties onderneemt zal je niet gesanctioneerd worden wegens het nalaten van je opvraagplicht, maar blijft de naleving van de verzekeringsplicht door de andere bouwpartners (aannemers die werken aan de ruwbouw, ingenieur stabiliteit, …) onzeker. Het risico dat je dan bij een schadegeval dat ressorteert onder de tienjarige aansprakelijkheid, als enige correct verzekerd bent en als enige solvabele zal aangesproken worden, blijft. Je hebt er zelf dan ook alle belang bij dat dit attest er is en dat je dus met een bouwpartner waarvan je weet dat die verzekerd is, de tienjarige garantieperiode kan doorlopen.

In-solidum veroordeling met de aannemer

In Tip 9 'Minnelijke regeling versus langdurig proces', haalden we reeds aan dat de rechtbanken vaak geneigd zijn een (mede)verantwoordelijkheid in hoofde van de architect te weerhouden, ook al ligt de fout grotendeels, zoniet volledig, bij de aannemer. De architect is immers verplicht verzekerd voor zijn volledige beroepsaansprakelijkheid. Via een in-solidumveroordeling van de architect met de aannemer krijgt de schadelijder aldus de garantie dat zijn schade (volledig) vergoed zal worden, ook al is de aannemer insolvabel.

Een in-solidum veroordeling kan tot gevolg hebben dat je als architect moet instaan voor de volledige vergoeding van de schade. Immers kan de schadelijder dan kiezen tot wie hij zich richt om zijn volledige schade vergoed te krijgen en zal hij zich normaliter wenden tot de meest solvabele partij. Gaat het om een gewaarborgd schadegeval, dan zal PROTECT de schadelijder vergoeden en zal jij je vrijstelling moeten betalen. Jouw opdrachtgever blijft aldus niet in de kou staan. Toch blijf jij als architect met een wrang gevoel achter. Jouw verzekering is tussenbeide moeten komen, ook al tref jij geen enkele of veel minder schuld. En bij insolvabiliteit van de mede-verantwoordelijke(n) is recuperatie van hun aandeel weinig waarschijnlijk.

Kan je je daartegen beschermen?

Hoe kan je je hiertegen beschermen? In de eerste plaats door er bij je opdrachtgever op aan te dringen te werken met aannemers die voldoende en correct verzekerd zijn. Dit geldt zowel voor problemen tijdens de bouwtermijn als voor aansprakelijkheid na oplevering en kan onder meer op volgende wijze.

Alle Bouwplaatsrisico verzekering

Tijdens de bouwtermijn kan dit opgevangen worden door de opdrachtgever aan te raden een uitgebreide Alle Bouwplaats Risico’s (ABR) verzekering af te sluiten. Afhankelijk van de gekozen opties kan deze een uitgebreide waarborg geven, niet alleen voor gebreken die eventueel te wijten zouden zijn aan een conceptfout van de architect (wanneer de erelonen zijn aangegeven in de te verzekeren waarde werken), maar ook en vooral voor de gebreken te wijten aan uitvoeringsfouten van de aannemer die met zijn beperkte BA-polis tijdens de bouwtermijn enkel verzekerd is voor schade aan derden terwijl jij als architect je volledige beroepsaansprakelijkheid ook tijdens de bouwtermijn moet laten verzekeren. Welnu, de ABR polis zal ook de materiële beschadigingen veroorzaakt door fouten van de aannemer op het bouwproject waarborgen en zo de eventuele onmogelijkheid van die aannemer om te herstellen opvangen. Een ABR polis kan langlopende gerechtsprocedures vermijden. De bouwheer heeft het voordeel dat één verzekeraar alle materiële beschadigingen op de werf, wat ook de oorzaak is waarborgt en krijgt daarnaast eventueel ook een waarborg voor schade door natuurelementen. Dit betreft wel geen verplichte verzekering en is qua inhoud ook afhankelijk van de opties die men kiest bij onderschrijving maar is weliswaar aan te raden. Zeker als er met verschillende nevenaannemers wordt gewerkt.

Tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer

Wat de tienjarige aansprakelijkheid betreft moet een onderscheid gemaakt worden tussen de woningbouwprojecten vergund vanaf 01.07.2018 en alle andere projecten. Enkel voor de eerste categorie geldt een beperkte verzekeringsplicht. Een verzekering die de tienjarige aansprakelijkheid waarborgt wordt zelden afgesloten voor de tweede categorie van projecten.

Bij woningbouw vergund vanaf 1.07.2018 is de tienjarige aansprakelijkheid van bepaalde bouwpartners nu wel verzekerd: er geldt een wettelijke verplichting voor de aannemers die werken uitvoeren aan de ruwbouw water- en winddicht en voor de ontwerpers die prestaties uitvoeren m.b.t. tot die onroerende werken. Ondanks de wettelijke verplichting is er hier toch ook nog werk aan de winkel. Zo blijven heel wat aannemers in gebreke en bezorgen ze je vaak geen verzekeringsattest. Het is een administratie waarmee aannemers niet vertrouwd zijn, maar waarvan we hopen dat ze zich deze snel eigen maken. Je kan je opdrachtgever ook informeren over de mogelijkheid om zelf een BA 10 Aannemers (Polis tienjarige aansprakelijkheid woningbouw voor de aannemers ) af te sluiten. Hierbij hebben zowel jij als architect en de opdrachtgever de garantie dat alle aannemers met één polis en met één attest verzekerd zijn volledig in overeenstemming met de Wet Peeters-Borsus.

Package ABR/BA10 aannemers

De opdrachtgever is als bouwleek vermoedelijk niet vertrouwd met de verzekeringsverplichtingen en de bijkomende verzekeringsmogelijkheden. Het biedt jou als architect heel wat voordelen wanneer jouw opdrachtgever er zelf toe bijdraagt dat via hem de aannemers ook goed verzekerd zijn.

Binnen onze verzekeringstool MyProtect heb je binnen het luik “Acties” bij je werven de mogelijkheid om je opdrachtgever te informeren over de verzekeringsplicht van de aannemers die werken uitvoeren aan de ruwbouw water- en winddicht. Dit formulier is al deels ingevuld met de gegevens die jij voor deze werf ingaf in MyProtect bij de melding van de werf. Dit alles vergemakkelijkt de aanvraag voor de opdrachtgever en jij bent zeker dat de gegevens correct zijn. Met één klik informeer jij dus zo jouw opdrachtgever over het bestaan en de voordelen van deze verzekeringspolis en help je indirect (zie hierboven) ook jezelf door ervoor te zorgen dat bij een zwaar schadegeval je niet alleen voor de rekening dient in te staan.

Omdat beide polissen, BA 10 aannemers en ABR, zowel voor jou als voor de opdrachtgever van groot belang zijn, zijn ze in een package gegoten. Sluit de opdrachtgever beide polissen af, dan krijgt hij die aan interessantere voorwaarden dan wanneer hij ze elk afzonderlijk zou afsluiten.

Door de opdrachtgever mee te responsabiliseren is iedereen correct verzekerd en vang je de gevolgen van een in-solidum veroordeling beter op.

0
0
0
s2sdefault

Tip 9 minnelijke regeling vs. langdurig proces

by ingrid

Waarom een minnelijke regeling te verkiezen is boven een langdurig proces

We hebben het in eerdere nieuwsberichten al gehad over de risico’s van een gerechtsprocedure en de voordelen van een minnelijke regeling als pragmatische oplossing voor alle partijen bij het ontstaan van een geschil.

NV PROTECT probeert bij haar schadebeheer rekening te houden met alle elementen van het dossier. Enerzijds de financiële en technisch-juridische elementen m.b.t de vordering van de schadelijder, anderzijds de verschillende factoren die een invloed kunnen hebben op het resultaat van een gerechtsprocedure en welke direct of indirect de partijen een vooruitzicht bieden op de kansen op succes ingeval van een gerechtsprocedure.

Het laatste anderhalf jaar doen we de vaststelling dat dit laatste element mogelijk wel eens de belangrijkste factor wordt bij de keuzes die men moet maken.

Hiernavolgende factoren maken dat men soms beter het recht in eigen handen neemt en de gerechtsprocedure vermijdt door in elke fase van een geschil, en voor zover de omstandigheden dit toelaten, een minnelijke regeling te overwegen.

1. Negatieve evolutie van de rechtspraak

Hoewel de rechtbanken allemaal dezelfde wetboeken en rechtsregels gebruiken, en je er dus van uit zou mogen gaan dat het recht overal even recht is, verschilt de rechtspraak soms heel erg van regio tot regio. Daardoor dreigt er in de rechtspraak vaak een “billijke” (lees sociaalgevoelige) beoordeling en motivering te sluipen. De persoonlijke mening en visie van de rechter die oordeelt – en die ook maar mens is - speelt daarbij een belangrijke rol.

Het laatste anderhalf jaar is het in ons schadebeheer opgevallen dat er toch wel bepaalde negatieve tendensen zijn die niet altijd een even logische verklaring kennen.

Zo stellen we vast dat:

  • De rechtspraak durft af te wijken van het deskundig verslag van de door haarzelf aangestelde deskundige en toch een aansprakelijkheid weerhoudt, daar waar de deskundige dit niet of in mindere mate deed.
  • Er sneller een in solidum veroordeling wordt uitgesproken die ook effectief financiële gevolgen heeft door de insolvabiliteit van de aannemer/mede verantwoordelijken.

Het resultaat is m.a.w. niet altijd wat men op basis van de objectieve elementen van het dossier zou mogen verwachten.

2. Kosten-baten procedure

Sowieso is – onafgezien van de negatieve energie en tijdsverlies dat een gerechtelijke procedure van iedere partij eist - de kostprijs van een gerechtelijke procedure in verhouding tot een minnelijke regeling ettelijke malen meer. Rekening houdende met de verdedigingskosten, de bijkomende intresten, gerechtskosten, rechtsplegingsvergoeding en andere die men in dat geval riskeert.

Zelfs al krijg je 100 procent gelijk, zit je nog altijd met uitgaven die niet helemaal te verhalen zijn, ook niet voor de bouwheer. Niet alleen geldt de onder punt 1 vermeldde juridische onzekerheid evengoed voor hem, maar ook hij zal heel wat verdedigingskosten dienen te dragen om zijn gelijk te halen terwijl de kosten van verdediging soms hoger zijn dan de inzet of het resultaat van het dossier. En belangrijker, intussen krijgt hij geen oplossing voor zijn problemen en is er de kans op een gehele verzuring van de verstandhouding.

3. In solidum risico

Een jarenlange gerechtsprocedure kan een invloed hebben op de solvabiliteit van de aannemer die over de jaren heen in financiële moeilijkheden kan geraken, waardoor er ook voor jou als ontwerper een bijkomend risico ontstaat, namelijk een veroordeling in solidum (betaling van het geheel van de schade, inclusief het aandeel van de aannemer).

De contractuele uitsluiting die je kan voorzien in je contract is weliswaar nog altijd geldig doch ingevolge een recente cassatierechtspraak zijn er sommige hoven en rechtbanken die deze clausule niet meer aanvaarden voor gebreken die vallen onder artikel 1792 BW (stabiliteitsbedreigende gebreken). Afhankelijk van de financiële draagkracht van de aannemer durft de rechtspraak bovendien al eens op zeer inventieve wijze de in solidum aansprakelijkheid te interpreteren.

We mogen ons eraan verwachten dat door de moeilijke periode waarin ons land sinds 2020 zit de financiële druk op de aannemers en dus ook het risico op insolvabiliteit toeneemt.

De wet Peeters-Ducarme zal in de toekomst daar mogelijks wel een oplossing aanreiken gezien de verzekeringsplicht van de aannemers, maar je mag daarbij niet vergeten dat dit enkel geldt voor woningbouw en stabiliteitsbedreigende gebreken.

4. Beoordeling van de verplichtingen van de ontwerper : tijd werkt in ons nadeel

De rechtspraak is een evolutief gegeven en laat zich beïnvloeden door hetgeen rondom haar gebeurt. Hetgeen vroeger was, is niet altijd nu nog geldig en naarmate de tijd verstrijkt tijdens de procedure kan de beoordeling over de verantwoordelijkheid die je hebt anders evolueren. De beoordeling van bijvoorbeeld een controlefout vandaag zal anders zijn dan de beoordeling 20 jaar geleden.

Dit wordt mede beïnvloed door de nieuwe regelgevingen en normen die ook altijd wel een bepaalde taak bij de ontwerper trachten te leggen. De taak van een ontwerper wordt hierdoor van jaar tot jaar complexer door de groeiende verantwoordelijkheden en de nieuwe wetgevingen die worden gecreëerd en dit gegeven heeft ook zijn invloed – bewust of onbewust – op de manier waarop de rechtspraak naar de ontwerper kijkt en diens taken en aansprakelijkheden bepaalt. Niet altijd houdt ze daarbij rekening met het feit dat door deze gewijzigde regelgeving het werfgebeuren feitelijk en praktisch op een andere veel complexere manier wordt aangepakt en er steeds meer en meer specialisten en taakverdelingen ontstaan die elk ook hun eigen verantwoordelijkheden hebben. Dit straalt niet altijd door naar de rechtspraak die juist een verstrengde beoordeling maakt en de ontwerper verantwoordelijk durft te stellen voor zaken die feitelijk niet tot zijn verantwoordelijkheid behoren.

De rechtspraak heeft zich daarnaast - al dan niet bewust - altijd op één of andere manier laten beïnvloeden door de wetenschap dat enkel de ontwerpers een verplichte verzekering beroepsaansprakelijkheid hebben. Dit heeft tot gevolg gehad dat de rechtspraak gemakkelijker geneigd was en is om in hoofde van de ontwerper een aansprakelijkheid te zoeken en die – zij het soms op zeer inventieve maar niet altijd juridisch correcte wijze – te vinden. De controlefout is de ideale stok om mee te slaan, ook al wordt daarbij al eens vergeten dat de controle slechts een middelenverbintenis is en dat er ook altijd een causaal verband tussen fout en schade moet worden aangetoond.

5. Drie praktijkvoorbeelden

Een eerste casus ging over roestvorming op borstweringen door de afwezigheid van een gegalvaniseerde laag wat na deskundig onderzoek in hoofdorde een fout van de aannemer/leverancier was. Niettemin heeft de rechtbank ook een controlefout gezocht en weerhouden en wordt de architect verweten niet nagekeken te hebben dat er antiroest aanwezig was op de borstweringen. Hoe hij dit had moeten zien zonder destructief onderzoek wordt niet uitgelegd. Verklaring voor deze uitspraak is volgens ons alleen maar te zoeken in het feit dat de aannemer in faling is. De architect werd trouwens pas zes jaar later en na faling van de aannemer in de procedure betrokken zonder dat hij al de jaren voordien in gebreke werd gesteld. De contractuele in solidum clausule werd (gelet op de faling) genegeerd en de architect was hierdoor gehouden tot betaling van 100% van de schade.

Een tweede casus betrof scheurvorming/zetting tijdens verbouwingswerken wegens ongeschikte fundering. Verzekerde is de architect. Volgens het deskundig verslag werd de aansprakelijkheid van de ingenieur en de gefailleerde aannemer weerhouden en was er geen technische aansprakelijkheid van de architect. Niettemin oordeelde de rechtbank in strijd met het advies van de door haar aangestelde gerechtsdeskundige dat dit niet juist was en dat de ontwerper mede aansprakelijk is. Door de faling van de aannemer betekende dit dat de verzekerde zijn aandeel van 0 bij start zag overgaan naar 50% op het einde. Dit ingevolge de in solidum veroordeling met de ingenieur. De schade werd – ondanks het feit dat de door de rechtbank aangestelde deskundige deze tegensprekelijk had onderzocht en begroot - verviervoudigd.

Casus 3 betreft een waterinfiltratie in de kelder m.b.t. een project waarvoor de architect enkel een controle-opdracht had. In het deskundig verslag kreeg de ontwerper ca 10% van de totale schade doch ingevolge de faling van de aannemer heeft de rechtbank de in solidum aansprakelijkheid uitgesproken en dit ondanks het feit dat contractueel de in solidum aansprakelijkheid uitgesloten werd en de gebreken niet noodzakelijk stabiliteitsbedreigend waren.

6. Conclusie :

Gelukkig is niet elke rechtspraak zoals bovenvermelde rechtspraak. Anders is het onmogelijk om uw beroep als architect en onze job als verzekeraar uit te oefenen. Er zijn zeker ook positieve uitspraken, doch het probleem is dat men niet altijd met 100% zekerheid kan voorspellen hoe men concreet in toekomstige zaken gaat beslissen.

Met onze ervaring als schadebeheerder kunnen we echter wel een redelijk goede inschatting maken wat te verwachten en zullen we steeds adviseren en suggereren op basis van eerdere ervaringen en de verschillende factoren die we hierboven schetsten.

Niet alle dossiers raken minnelijk opgelost omdat een minnelijke regeling afhankelijk is van veel factoren, waaronder de redelijkheid en regelbereidheid van de bouwheer en aannemer(s). Maar zolang het de betrachting is van alle partijen om wanneer dit mogelijk is, dit ook te doen, is dit al een stap in de juiste richting. Het is daarbij het best het lot zo lang mogelijk in eigen handen te houden.

Het is om diezelfde reden belangrijk dat je een schadegeval tijdig aangeeft en niet wacht tot de situatie zodanig verzuurd is dat een dagvaarding de enige oplossing is. Wees daarbij gerust, niet elk contact met de schade- of studiedienst heeft noodzakelijkerwijze de opening van een schadedossier tot gevolg. Het is perfect mogelijk om zonder opening preventieve adviezen te geven en samen actiepunten te bepalen om zo een schadegeval en een eventuele procedure te voorkomen.

Heb je nog vragen of opmerkingen?

Bel 02 411 41 14 of mail ons. We helpen je graag verder.

0
0
0
s2sdefault

Tip 8 gedeeltelijke architectuuropdrachten

by ingrid

Hoe een gedeeltelijke architectuuropdracht afsluiten?

Twee NIEUWE modelcontracten van PROTECT

Het geniet de voorkeur dat je als architect steeds een volledige architectuuropdracht afsluit, gaande van het ontwerp tot en met de controle. Toch kan de opdrachtgever jou ook slechts een gedeeltelijke opdracht toevertrouwen. Zo kan hij jouw taak beperken tot het opmaken van de plannen of je enkel belasten met de controle op de uitvoering van de werken.

De reden hiervoor kunnen zeer verschillend zijn. Zo gaat bijvoorbeeld de opdrachtgever met jou in zee voor het ontwerp, maar omwille van de afstand architectenkantoor - werf doet de opdrachtgever voor de controle van de werken beroep op een lokale architect. Of door een vroegtijdige beëindiging met een andere architect krijg je enkel de controleopdracht toegewezen. Etc.

Voor zogenaamde gedeeltelijke opdrachten hebben we met PROTECT twee nieuwe voorbeeldcontracten toegevoegd aan onze Kennisbibliotheek. Enerzijds het contract met een gedeeltelijke opdracht beperkt tot het ontwerp, anderzijds het contract met een gedeeltelijke opdracht beperkt tot de controle.


Wat zegt de wet?

Artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 verplicht een bouwheer om, voor werken die het voorwerp uitmaken van een vergunning, beroep te doen op een architect en dit zowel voor de opmaak van de plannen als voor de controle op de uitvoering. In de meeste gevallen treedt de architect-ontwerp ook op als architect-controle maar dit is geen wettelijke verplichting.

Een bouwheer kan er dus voor kiezen, vanzelfsprekend in samenspraak met de betrokkenen, om architect A aan te stellen voor de opmaak van de plannen en architect B voor de controle op de uitvoering. Een architect is gerechtigd hiermee in te stemmen, op voorwaarde dat enkele formaliteiten worden nageleefd.

Duidelijkheid in het architectuurcontract

Het architectuurcontract mag vanzelfsprekend geen twijfel laten over het voorwerp en de draagwijdte van de opdracht. Een architectuurovereenkomst op maat is vereist bij een gedeeltelijke opdracht.

ARCHITECTUUROPDRACHT beperkt tot het ONTWERP

Al naargelang de omstandigheden gaat het hier om een opdracht die stopt bij het bekomen van de vergunning dan wel bij de opmaak van een uitvoeringsdossier.

ARCHITECTUUROPDRACHT beperkt tot de CONTROLE

Dit contract heeft betrekking op de uitvoeringsfase. In het modelcontact van PROTECT is rekening gehouden met de omstandigheid dat deze opdracht eveneens de opmaak van het uitvoeringsdossier kan omvatten.

Stedenbouw & Deontologie

Naast de juridisch-contractuele kant van de zaak, is het belangrijk t.o.v. derden geen onduidelijkheid te creëren.

Zo moet duidelijk zijn dat jij als architect en de opdrachtgever contractueel overeenkomen dat je enkel het ontwerp opmaakt en niet de controle op de uitvoering gaat waarnemen. Dit moet zeer duidelijk uit de vergunningsaanvraag af te leiden zijn. In geen geval mag de indruk worden gegeven aan de betrokken instanties, met name de vergunningverlenende overheid en de Orde van Architecten, dat de architect wél zal instaan voor de controle.

Binnen de deontologische vereisten is er artikel 21 van het Reglement van Beroepsplichten van 18 april 1985, waarin de mogelijkheid van een gedeeltelijke architectuuropdracht wordt voorzien:

“In toepassing van de wet van 20 februari 1939, mag de architect de opdracht voor het opmaken van een uitvoeringsontwerp niet aanvaarden zonder tegelijkertijd te zijn belast met de controle op de uitvoering der werken.
Van dit beginsel wordt afgeweken wanneer de architect de verzekering heeft dat een ander architect, ingeschreven op een tableau of op een lijst van stagiairs, met de controle belast is. In dit geval geeft hij hiervan kennis aan het openbaar bestuur dat de bouwtoelating heeft verleend, evenals aan zijn Raad van de Orde, en deelt de naam mee van de architect die hem opvolgt.
Hij zal op dezelfde wijze handelen wanneer hij, na een uitvoeringsontwerp te hebben afgeleverd, door de bouwheer van de controleopdracht wordt ontheven.”

Dit artikel voorziet de mogelijkheid van een gedeeltelijke architectuuropdracht, met dien verstande dat een opdracht beperkt tot het ontwerp maar zou mogelijk zijn op voorwaarde dat men de zekerheid heeft dat er een opvolgende architect is of zal worden aangesteld, en wie deze architect is.

Voor de deontologische formaliteiten adviseert PROTECT om steeds contact op te nemen met de betrokken Provinciale Raad.

Conclusie

Hoewel het dus zowel juridisch als deontologisch onder bepaalde voorwaarden mogelijk blijkt een gedeeltelijke architectuuropdracht te aanvaarden, verdient het de voorkeur om indien mogelijk steeds een volledige architectuuropdracht aan te gaan en uit te voeren. Het is evident dat de architect die instond voor het ontwerp ook het best geplaatst is om de uitvoering van de werken die het voorwerp uitmaken van dit ontwerp, te controleren.

Voor zover bepaalde voorzorgen in acht worden genomen, is het aangaan van een gedeeltelijke architectuuropdracht echter mogelijk.

Als PROTECT verzekerde kan je de betrokken voorbeeldcontracten als basis of inspiratie hanteren.

Op de MyProtect-Tool zijn onder “Mijn Kennisbib“ beide modelcontracten te downloaden. Dit onder “map 16 Voorbeeldcontracten gedeeltelijke opdrachten” onder de rubriek “01 Modelcontracten”.

Voor bijkomende of andere vragen kan je terecht op assist@protect.be en 02/421.17.44.

0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Attest tienjarige aansprakelijkheid verkeerd ingevuld. Wat nu?

by ingrid
De wet-Peeters-Borsus verplicht je je tienjarige aansprakelijkheid voor woningbouw te verzekeren. Art. 19/2 voorziet dat de verzekeraar over een rist administratieve gegevens moet beschikken om het verzekeringsattest te kunnen opmaken. De wet voorziet tevens dat de verzekeraar alle attesten moet opslaan in een centrale database (Datassur), die geen correcties toelaat. Het is dus van groot belang dat je ons alle gegevens bezorgt én dat ze correct zijn.
Lees meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Een terugblik in 4 rondetafelgesprekken - Paul Lievevrouw

by ingrid

30 jaar architectuur en verzekeringen

30 jaar al staan we aan de zijde van architecten. In die tijd is het vak sterk geëvolueerd, en wij evolueerden mee. Voor PROTECT 30 spraken we met vier architecten die er 30 jaar geleden ook al bij waren. Vier klanten van het eerste uur. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan, welke mijlpalen springen er voor hen uit en is hun visie op verzekeringen veranderd?
Lees Meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Een terugblik in 4 rondetafelgesprekken - Philippe Van Goethem

by ingrid

30 jaar architectuur en verzekeringen

30 jaar al staan we aan de zijde van architecten. In die tijd is het vak sterk geëvolueerd, en wij evolueerden mee. Voor PROTECT 30 spraken we met vier architecten die er 30 jaar geleden ook al bij waren. Vier klanten van het eerste uur. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan, welke mijlpalen springen er voor hen uit en is hun visie op verzekeringen veranderd?
Lees Meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Een terugblik in 4 rondetafelgesprekken - Jo Verstraete van Aiko

by ingrid

30 jaar architectuur en verzekeringen

30 jaar al staan we aan de zijde van architecten. In die tijd is het vak sterk geëvolueerd, en wij evolueerden mee. Voor PROTECT 30 spraken we met vier architecten die er 30 jaar geleden ook al bij waren. Vier klanten van het eerste uur. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan, welke mijlpalen springen er voor hen uit en is hun visie op verzekeringen veranderd?
Lees Meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Een terugblik in 4 rondetafelgesprekken - Bruno D'hondt

by ingrid

30 jaar architectuur en verzekeringen

30 jaar al staan we aan de zijde van architecten. In die tijd is het vak sterk geëvolueerd, en wij evolueerden mee. Voor PROTECT 30 spraken we met vier architecten die er 30 jaar geleden ook al bij waren. Vier klanten van het eerste uur. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan, welke mijlpalen springen er voor hen uit en is hun visie op verzekeringen veranderd?
Lees Meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Een terugblik in 4 rondetafelgesprekken

by ingrid

30 jaar architectuur en verzekeringen

30 jaar al staan we aan de zijde van architecten. In die tijd is het vak sterk geëvolueerd, en wij evolueerden mee. Voor PROTECT 30 spraken we met vier architecten die er 30 jaar geleden ook al bij waren. Vier klanten van het eerste uur. Hoe kijken zij terug op hun loopbaan, welke mijlpalen springen er voor hen uit en is hun visie op verzekeringen veranderd?
Lees Meer
0
0
0
s2sdefault

PROTECT30 - Protect voorziet een stappenplan bij de opmaak van een gunningsverslag voor een overheidsopdracht

by ingrid

Sinds 2004 verleent Protect haar verzekerden juridisch advies bij de opmaak van gunningsverslagen van offertes bij overheidsopdrachten. De aanleiding hiertoe was indertijd het verhoogd aantal gevallen van verantwoordelijkheid van ontwerpers gesteund op een foutief juridisch advies in het door hen opgemaakte gunningsverslag. Protect nam toen de beslissing haar verzekerden hierin bij te staan en in het kader van die ondersteuning bieden wij nu ook een stappenplan aan voor de opmaak van dit verslag.

Lees meer
0
0
0
s2sdefault

De toepassing van de Wet Peeters op zelfbouwers

by ingrid

Zoals intussen genoegzaam gekend verplicht de wet van 31 mei 2017 (de wet-Peeters) aannemers, architecten en andere dienstverleners om hun tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren voor woningbouwprojecten in België waarvoor na 30 juni 2018 een definitieve vergunning werd bekomen.

Lees meer
0
0
0
s2sdefault

Kan je in tijden van corona je controleplicht blijven uitoefenen of niet?

by Jelle
Beste klant,
 
Sinds enkele dagen wordt ook Protect geconfronteerd met vragen van verzekerden over de impact van het coronavirus op hun werkzaamheden en hun verplichtingen tegenover de opdrachtgever. Volgens onze interpretatie is de voortzetting van de activiteiten nog steeds mogelijk mits het respecteren van de richtlijnen uitgevaardigd door de overheid. De situatie evolueert dagelijks.
Lees meer
0
0
0
s2sdefault

Polis Burgerlijke Beroepsaansprakelijkheid in abonnementsformule

by Jelle

Voor architecten die op zelfstandige basis hun beroep uitoefenen en meerdere opdrachten per jaar afwerken, is een polis Burgerlijke Beroepsaansprakelijkheid in abonnementsformule een betere keuze dan een polis Enige Werf. Die polis kan je bovendien aanvullen met een dekking ‘rechtsbijstand’ en ‘persoonlijke ongevallen’.

Lees meer
0
0
0
s2sdefault

De Maatschap staat de vernieuwde regelgeving een vormvrije samenwerking tussen ontwerpers in de weg ?

by Jelle

De context en historiek

Regelmatig stellen wij vast dat ontwerpers, op eigen initiatief of omdat dit gevraagd dan wel opgelegd wordt door een potentiële opdrachtgever, zich verenigen en samen een opdracht uitvoeren.

Zeker wanneer het gaat om een sporadische samenwerking, zullen zij hiervoor meestal geen vennootschap met rechtspersoonlijkheid oprichten (zoals een bvba, nu bv), maar stappen zij voor deze tijdelijke samenwerking in een ‘combinatie zonder rechtspersoonlijkheid’, een ‘tijdelijke vereniging’, een ‘bouwteam’, een ‘maatschap’, een ‘feitelijke vereniging’, ...

Lees meer
0
0
0
s2sdefault