De aansprakelijkheid van de veiligheidscoördinator: veiligheid is een zaak van iedereen

13 oktober 2016

Een ongeval is snel gebeurd en bij een werfongeval wordt dan vaak beschuldigend naar de veiligheidscoördinator gekeken. Veiligheid is echter een zaak van iedereen en een veiligheidscoördinator kan niet zomaar voor elk ongeval aansprakelijk worden gesteld.

Wanneer zich een ongeval op de werf voordoet, moet steeds onderzocht worden of de schade te wijten is aan een fout van de veiligheidscoördinator en of er tussen beide dus een causaal verband bestaat.

Lees in dit artikel meer over bovenstaande begrippen, geïllustreerd aan de hand van een schadecase.

 

Het is niet onlogisch dat bij een (arbeids)ongeval op de werf naar de veiligheidscoördinator en de uitvoering van zijn opdracht wordt gekeken, maar er kan zeker niet gesteld worden dat de veiligheidscoördinator steeds dé (eind)verantwoordelijke is voor de veiligheid op een werf.

De veiligheidscoördinator dient vanzelfsprekend - net als iedereen - steeds in eer en geweten te voldoen aan zijn wettelijke en contractuele verplichtingen. Hij kan echter geen enkele garantie bieden op een effectief veilige werkomgeving. Dit is steeds afhankelijk van de naleving van zijn instructies door de betrokkenen in concreto. Veiligheid is een zaak van iedereen en niet de verantwoordelijkheid van één enkele persoon.

Hieronder vindt u een concrete schadecase waarbij de aansprakelijkheid van de veiligheidscoördinator niet werd weerhouden, onder meer omwille van het feit dat:

1. zijn Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) correct én volledig werd bevonden en 
2. hij ook in de uitvoeringsfase aan zijn controle- en bijstandsverplichtingen had voldaan.

Dit zijn 2 belangrijke elementen die u als veiligheidscoördinator best dagelijks meeneemt. Uit één enkel vonnis kunnen geen verstrekkende conclusies worden getrokken, maar het bevestigt wel enkele principes, die wij graag diepgaander toelichten.

 

Voorafgaand: de wetgeving

 

De veiligheidscoördinatie wordt geregeld in de Wet van 4 augustus 1996 (artikel 18 en 22) betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en in het KB van 25 januari 2001 (artikel 11 en 22) betreffende de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen (hierna “KB TMB” genoemd).

De veiligheidscoördinatie is verplicht voor alle bouwwerken die door minstens twee aannemers tegelijk of achtereenvolgens worden uitgevoerd, zoals opgesomd in artikel 2§1 KB TMB.

In de regelgeving wordt voorzien in de aanstelling van een veiligheidscoördinator-ontwerp en een veiligheidscoördinator-verwezenlijking, twee functies die in de praktijk vaak door één en dezelfde persoon worden waargenomen. 

 

Schadecase: de feiten

 

Een arbeidsongeval deed zich voor in een flatgebouw van 10 verdiepingen in aanbouw: arbeider X was op het gelijkvloers bezig met het plaatsen van isolatieplaten aan de binnenkant van een schacht voor nutsleidingen. Twee andere arbeiders, Y en Z, waren op hogere verdiepingen bezig met het plaatsen van leidingen in dezelfde schacht.

Y liet met een touw een wapeningsstaaf (die als zelfgemaakt schietlood diende) vanaf de achtste verdieping omlaag door de schacht. Het touw bleek echter te kort om de staaf tot beneden te laten zakken. Y trok het instrument terug hoger op en maakte het koord vast aan een haak. De knoop loste echter waardoor het schietlood naar beneden viel.

X had op dat moment zijn hoofd in de schacht op het gelijkvloers gestoken en kreeg het schietlood op zijn hoofd. Hij viel in de drie meter lagere kelder en werd in kritieke toestand overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij ’s anderendaags overleed.

De politie trof bij haar vaststellingen ter plaatse geen veiligheidshelm aan en noteerde dat niemand een helm had weggenomen. Tevens werd vastgesteld dat de schacht nergens van leuningen was voorzien.

Y en Z verklaarden aan de arbeidsinspectie dat zij vooraf met X hadden overlegd en dat X akkoord was gegaan om niet in de schacht te werken terwijl de gaten voor afvoerbuizen werden geboord, aangezien daarbij puin naar beneden kon vallen. Y verklaarde tevens dat hij X bezig had gezien zonder helm. Y zou hem hierop hebben gewezen, waarop X zich uit de schacht terugtrok. 

 

De betrokkenheid en de grieven die de veiligheidscoördinator ten laste worden gelegd

 

Een gerechtelijke procedure wordt ingesteld waarin de bij Protect verzekerde veiligheidscoördinator (hierna VC genoemd) in tussenkomst wordt gedagvaard. De vordering bedraagt +/- 350.000 EUR.

Concreet verwijt de tegenpartij de VC niet zorgvuldig te hebben gehandeld: hij zou zich niet op toereikende wijze van zijn taak hebben gekweten en het schadegeval zou zich niet hebben voorgedaan als hij voldoende zorgvuldig was geweest.

Meer bepaald wordt de VC verweten:

  • dat reeds bij een inspectie een maand voor het ongeval genoteerd werd dat er valgevaar bestond voor werfpersoneel op hoogte en dat valbeveiligingen dienden aangebracht te worden. Bij een nieuwe inspectie slechts meer dan een week na het ongeval zou worden vastgesteld dat de valbeveiliging in orde werd gebracht. Tijdens 2 werfvergaderingen tussen de eerste inspectie en het ongeval zou geen enkele opmerking zijn gemaakt door de VC.
  • dat in het arbeidsongevallenonderzoek als primaire oorzaak van het ongeval het werken boven elkaar wordt weerhouden en dat de VC ontegensprekelijk te kort is geschoten in zijn opdracht om de samenwerking tussen de aannemers en de coördinatie van de werkzaamheden te organiseren.

 

De betwisting van de aansprakelijkheid

 

Aangezien een VC geen risico- of foutloze aansprakelijkheid draagt, zal er dus steeds een fout moeten worden aangetoond tegen een eventuele wettelijke of contractuele verplichting. Een ongeval op de werf betekent immers niet noodzakelijk dat de VC een fout heeft begaan. De tegenpartij moet met andere woorden bewijzen dat de VC aansprakelijk is door aan te tonen dat die een fout tegen de wettelijke en/of contractuele bepalingen maakte en dat die in causaal verband staat met de geleden schade.

In dit geval toont de tegenpartij evenwel niet aan dat de VC niet de nodige inspanningen heeft geleverd om zijn verplichtingen uit de wet en/of de overeenkomst na te komen. Uit een studie van het dossier konden wij afleiden dat het ongeval zich heeft voorgedaan door een combinatie van 4 oorzaken, die hieronder nader worden toegelicht:

 

1. De arbeiders werkten boven elkaar in de schacht ten gevolge van slechte communicatie op de werkvloer en volgden de gemaakte afspraken niet

Het is niet aantoonbaar dat de VC ervan op de hoogte was dat de werken samen zouden worden uitgevoerd en al zeker niet dat hij dit zo zou hebben gepland. Uit het dossier blijkt immers dat de aannemers die beslissing op het moment zelf namen, zonder overleg met de VC.

Bovendien stond in het V&G-plan uitdrukkelijk vermeld dat de hoofdaannemer de planning zodanig diende uit te werken dat er in geen geval werkzaamheden boven elkaar zouden worden uitgevoerd en dat de aannemer diende te vermijden dat er onder gehesen lasten gewerkt moest worden. Het ging met andere woorden om een beslissing van het moment – zonder medeweten of goedkeuring van de VC.


2. Een arbeidsmiddel (het schietlood) werd op onveilige wijze achtergelaten

Wij menen hier opnieuw dat het niet aantoonbaar is dat de VC op de hoogte was van dit geïmproviseerd arbeidsmiddel en dat hij al zeker niet kan worden verweten dat de arbeiders het onbeheerd achterlieten.

Bovendien werd in het V&G-plan gewezen op het gevaar voor vallende voorwerpen en werden hiervoor gepaste instructies gegeven.


3. Er was geen valbeveiliging aanwezig

Wij stelden vast dat de VC in het inspectieverslag een maand voor het ongeval uitdrukkelijk had gewezen op valgevaar en de noodzaak om zo snel mogelijk valbeveiliging aan te brengen in de bewuste schacht.

Daarenboven werd ook in vorige werfverslagen gewezen op het aanbrengen van valbeveiliging, evenals in het V&G-plan. Wij menen daarom dat de VC zijn taak uitvoerde zoals van hem verwacht werd.


4. De arbeiders droegen geen helm

Reeds in het eerste inspectieverslag werd gewezen op de noodzaak van persoonlijke beschermingsmiddelen, onder meer door valgevaar. Ook in navolgende verslagen en in het V&G-plan kaartte de VC dit aan.

 

Samenvattend menen wij hier dat de VC zich steeds voldoende van zijn taken heeft gekweten en de nodige inspanningen heeft geleverd wat betreft zijn wettelijke en contractuele verplichtingen. Uit bewijsstukken blijkt dat hij steeds de nodige aanbevelingen heeft gedaan in inspectieverslagen, meer bepaald met betrekking tot de oorzaken van het ongeval. De VC is echter geen werfleider en men kan dus niet van hem verwachten dat hij permanent op de werf aanwezig is.

De VC kan niet verweten worden dat de aannemers zijn aanbevelingen niet hebben gevolgd en op de dag van het fatale ongeluk bepaalde beslissingen hebben genomen die hiermee in strijd waren.

 

Het verdict van de rechtbank

 

De rechtbank sprak de VC over de ganse lijn vrij. Zij oordeelde dat de VC geen fout beging die door een oorzakelijk verband aan de ontstane schade kan worden gelinkt.

De rechtbank stelt dat de VC dient toe te zien op de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid tijdens de werken, de aandacht moet vestigen op veiligheidsproblemen, daarover aanbevelingen formuleren en waarschuwingen richten aan eventuele overtreders, maar dat een dagelijks toezicht in geen geval kan worden geëist.

De rechtbank stelt dat de VC niet kon voorzien dat bepaalde werkzaamheden zouden worden uitgevoerd tegen de uitdrukkelijke voorschriften van het V&G-plan in. De VC kon evenmin voorzien dat een werkinstrument onveilig zou worden vastgemaakt en achtergelaten, wat een uitvoeringsfout is.

Ook wat de valbeveiliging betreft, oordeelt de rechtbank dat de VC aan zijn waarschuwings- en adviesplicht heeft voldaan, aangezien hij in het inspectieverslag waarschuwde voor het valgevaar en uitdrukkelijk wees op de ernst van de situatie.

De rechtbank stelt dat de VC ook niet kon voorzien dat het slachtoffer geen veiligheidshelm zou dragen en benadrukt dat de VC bovendien geen politionele bevoegdheid heeft, noch de bevoegdheid om de aanwezigen op een bouwwerf bevelen te geven.

De rechtbank oordeelde dan ook dat de vorderingen tegen de VC ongegrond waren en stelde hem niet aansprakelijk.

 

Tom Cromphout
Jurist - studiedienst Protect

 

 

terug naar overzicht