Wat de gewijzigde EPB-regelgeving inhoudt voor de bouwpartners

13 september 2016

De 3 Belgische gewesten kennen al geruime tijd een EPB-regelgeving. Het gaat hier om een gewestelijke regelgeving in omzetting van een Europese richtlijn, waardoor de EPB-aangestelde niet in elk gewest op dezelfde manier deelneemt aan het bouwproces. De wetgeving is in alle drie de gewesten geëvolueerd.

Aangezien deze wijzigingen vragen oproepen en vooral omdat er in Wallonië een en ander veranderde, gaan we hier graag nog eens op in. We overlopen dit gewest per gewest. Daarbij bekijken we de taken en plichten van de verschillende bouwpartners, in het bijzonder van de architect en de EPB-aangestelde, en vergelijken die met de vroegere situatie. Nuttige informatie!

Meer weten? Lees het volledige artikel hieronder.

 

De 3 Belgische gewesten kennen al geruime tijd een EPB-regelgeving. Samen met deze EPB-regelgeving deed ook een nieuwe bouwpartner zijn intrede op de werf: de EPB-verslaggever in Vlaanderen, de EPB-adviseur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de EPB-verantwoordelijke in Wallonië.

Het gaat hier om een gewestelijke regelgeving in omzetting van een Europese richtlijn, waardoor de EPB-aangestelde niet in elk gewest op dezelfde manier deelneemt aan het bouwproces. Gevolg: ook de opdracht van andere bouwpartners, en in het bijzonder van de architect, inzake de EPB-materie verschilt van gewest tot gewest.
Net zoals de EPB-regelgeving strenger en gecompliceerder wordt, evolueren ook de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende bouwpartners.

Een en ander wijzigde als gevolg van de Europese Richtlijn 2010/31/EU van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen die de initiële Europese Richtlijn 2002/91/EG van 16 december 2002 - de basis van de Belgische EPB-regelgeving - met ingang van 1 februari 2012 introk.
Zoals dit ook met de initiële richtlijn het geval was, passen de verschillende lidstaten de nieuwe richtlijn op verschillende wijze toe. Binnen België verschilt de toepassing zelfs tussen de verschillende gewesten gezien dit een gewestelijke materie betreft.

Vlaanderen zette de Europese regels grotendeels om door het Energiedecreet van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010 die sindsdien nog werden gewijzigd door resp. het decreet van 14 maart 2014 en het besluit van 4 april 2014.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest resulteerde de omzetting van de richtlijn grotendeels in de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing.
Wallonië ten slotte zette de bepalingen van de Europese richtlijn om via het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestatie van gebouwen en het Besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van dit decreet.

Aangezien deze wijzigingen vragen oproepen en vooral omdat er in Wallonië een en ander veranderde, gaan we hier graag nog eens op in.

Het gaat om een gewestelijke materie, dus overlopen we dit gewest per gewest. Chronologisch, dus volgens het bouwproces, bekijken we de taken en plichten van de verschillende bouwpartners en vergelijken we die met de vroegere situatie.
Verder gaan we kort na aan welke vereisten je moet voldoen om als EPB-aangestelde te kunnen optreden en of de EPB-aangestelde verplicht is zijn burgerlijke aansprakelijkheid te verzekeren.

 

1. VLAANDEREN

 

In vergelijking met de andere gewesten heeft de regelgeving in Vlaanderen de minste wijzigingen ondergaan, vooral inzake de taken en de verplichtingen van de bouwpartners.

De huidige energieprestatieregelgeving is vastgelegd in het Energiedecreet van 8 mei 2009 en in het decreet van 14 maart 2014 houdende wijziging daarvan. Voorts zijn er natuurlijk ook nog uitvoeringsbesluiten waarin een en ander wordt geregeld, onder meer het Energiebesluit van 19 november 2010 en het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015.
Bovendien betrok het ministerieel besluit van 28 oktober 2015 sinds 1 januari 2016 een nieuwe speler in het proces: de ventilatieverslaggever.

 

1.1 Taken & plichten van de bouwpartners

In de ontwerpfase stelt de aangifteplichtige een architect en een EPB-verslaggever aan.
De architect dient een gebouw te ontwerpen dat voldoet aan de EPB-eisen. De architect is dus in eerste instantie aansprakelijk voor het bepalen van de maatregelen die het meest geschikt zijn om een EPB-conform gebouw te ontwerpen.
De aangifteplichtige stelt vóór de start van de werken de EPB-verslaggever aan.
Voor de werken starten berekent de EPB-verslaggever de energieprestatie en het binnenklimaat van het project. Dit is de ‘voorafberekening’: een berekening die naast de materialen ook de keuzes van de architect en eventueel van de ontwerper van de technische bouwsystemen om aan de EPB-eisen te voldoen in aanmerking neemt.
Blijkt uit de berekening dat het ontworpen gebouw niet aan de EPB-eisen voldoet, dan signaleert de verslaggever dat aan de aangifteplichtige en aan de architect. De verslaggever verstrekt hen schriftelijk een niet-bindend advies over hoe ze kunnen voldoen aan de EPB-eisen. Hij wijst de punten aan die kunnen worden bijgestuurd en bakent de probleemzones af. De aangifteplichtige neemt mee op voorstel van de architect de uiteindelijke beslissing over de maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen en de eventuele noodzakelijke bijsturingen.

Hierna, zij het nog steeds vóór de werken aanvangen, moet een startverklaring worden ingediend bij het Vlaams Energieagentschap (hierna ‘VEA’). Dit gebeurt door de verslaggever namens de aangifteplichtige. De startverklaring wordt ondertekend door de verslaggever, de aangifteplichtige en de architect. De verslaggever bewaart gedurende minstens 3 jaar een papieren afdruk van de startverklaring.

Vervolgens kunnen de werken aanvatten. In de loop van de uitvoering is het de taak van de architect om te controleren of de werken volgens de voorschriften worden uitgevoerd.
Stelt de architect die de uitvoering van de werken controleert tijdens de uitvoering vast dat er een ernstig risico bestaat dat de EPB-eisen niet gerespecteerd zullen worden, dan brengt hij de aangifteplichtige en de verslaggever hiervan zo snel mogelijk per aangetekende brief op de hoogte.
De controle op de naleving van de EPB-eisen gedurende de uitvoering van de werken ligt dus uitdrukkelijk bij de architect.

Na de uitvoering van de werken stelt de verslaggever de EPB-aangifte op, conform de uitgevoerde werken. Hij omschrijft de maatregelen die de energieprestaties en het binnenklimaat van het gebouw bepalen en berekent of het gebouw aan de EPB-eisen voldoet. De verslaggever is verantwoordelijk voor de correcte rapportering van de feitelijke toestand van het gebouw in de EPB-aangifte.
Het is ook de verslaggever die namens de aangifteplichtige de EPB-aangifte indient bij het VEA. Dit dient hij te doen binnen een termijn van 6 maanden na ofwel de ingebruikname van het gebouw ofwel na de beëindiging van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen. De EPB-aangifte moet in elk geval 5 jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of het neerleggen van de melding zijn ingediend.
De EPB-aangifte wordt ondertekend door zowel de aangifteplichtige als de verslaggever. Laatstgenoemde houdt een papieren afdruk ervan minstens 5 jaar bij.

De grootste verandering ten opzichte van de initiële regelgeving betreft het feit dat de EPB-verslaggever niet langer een louter rapporterende of verslaggevende rol heeft, maar dat hij door middel van de voorafberekening ook een, weliswaar niet-bindend, advies dient te verstrekken. Zo neemt de verslaggever dus zelf ook deel aan het ontwerpproces.
Deze verplichting geldt al enkele jaren en is dus geen recente wijziging.

Daarentegen moet sinds 1 januari 2016 ook een ventilatieverslaggever worden aangesteld voor nieuwbouw of ingrijpende energetische renovatie van wooneenheden met stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of melding.
Voor deze projecten moeten er vóór de start van de werkzaamheden een ventilatievoorontwerp en ná de uitvoering een prestatieverslag worden opgemaakt van het geplaatste ventilatiesysteem.
Beide taken worden toevertrouwd aan de ventilatieverslaggever.
Alle bij het bouwproces en bij de ventilatie betrokken partijen kunnen optreden als ventilatieverslaggever; dus zowel architecten als studiebureaus, EPB-verslaggevers, installateurs, enz. …
Om deze erkenning te verwerven moet men slagen voor een theoretische proef. Wie als ventilatieverslaggever voor het rapporteren van mechanische ventilatieprestaties wil worden erkend, moet daarnaast ook slagen voor een praktisch examen.

 

1.2 Erkenning EPB-verslaggever

De ‘nieuwe’ erkenningsvereisten voor de EPB-verslaggever worden vermeld in artikel 8.6.1 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, ook wel het Energiebesluit genoemd.
Elke persoon die als EPB-verslaggever wilt erkend worden, moet sinds 1 januari 2015 voldoen aan de onderstaande voorwaarden:

  1. Zowel de nieuwe als de bestaande verslaggevers moeten beschikken over het vereiste diploma.
  2. Nieuwe en bestaande inactieve verslaggevers (verslaggevers die vóór 1/1/2015 werden geregistreerd, maar nog geen startverklaring of EPB-aangifte hebben ingediend) beschikken over een door het VEA erkend getuigschrift betreffende een opleiding tot verslaggever.
  3. Nieuwe, bestaande inactieve verslaggevers en bestaande verslaggevers die een sanctie opliepen tussen 1/1/2012 en 31/12/2014, moeten slagen voor een georganiseerd centraal examen.
  4. Zowel bestaande als nieuwe verslaggevers ondertekenen een verklaring op erewoord.
  5. Alle verslaggevers (bestaande en nieuwe) zijn verplicht om permanente vorming te volgen.
     


1.3 Verzekeringsplicht EPB-verslaggever

Sinds 1 januari 2015 is de EPB-verslaggever verplicht zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid te verzekeren. Dit was vroeger niet het geval.

Initieel lag deze verzekeringsplicht vervat in de verklaring op erewoord die elke verslaggever moet ondertekenen.
De inhoud van deze verklaring op erewoord werd vastgelegd in Bijlage 8 van het Ministerieel Besluit van 16 december 2014 ter uitvoering van het decreet van 14 maart 2014, en het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014.
Artikel 10 van deze verklaring op erewoord stelt dat de verslaggever ‘een beroepsaansprakelijkheidsverzekering onderschrijft, teneinde zijn aansprakelijkheid jegens derden, voortvloeiend uit fouten of nalatigheid bij de uitoefening van zijn opdrachten, in redelijkheid te dekken.’
Door de verklaring op erewoord te ondertekenen, nodig om als verslaggever erkend te worden, verbindt de verslaggever er zich dus toe een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te onderschrijven.

Bovendien verscheen op 20 augustus 2015 in het Belgisch Staatsblad het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 dat bepaalde wijzigingen aanbrengt aan het hierboven genoemde Energiebesluit.
Artikel 21 van dit nieuwe Besluit van de Vlaamse Regering legt de verzekeringsplicht nu ook uitdrukkelijk wettelijk vast. Voorheen zat die in de verklaring op erewoord vervat, het Energiebesluit maakte daar geen gewag van.
Het nieuwe Besluit Zij wijzigt immers onder meer artikel 8.6.1§4 van het Energiebesluit en stelt uitdrukkelijk dat de verklaring op erewoord inhoudelijk de verplichting tot het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering moet opleggen. Daarnaast legt het overigens ook enkele andere verplichtingen op (onafhankelijkheid ten overstaan van opdrachtgevers, het vermijden van commerciële belangenvermenging, het naleven van een discretieplicht, het beschikken over burgerrechten en politieke rechten en het respecteren van de fiscale en sociale wetgeving).

Deze wijziging aan artikel 8.6.1§4 is van kracht sinds 30 augustus 2015, 10 dagen na de bekendmaking van het Besluit in het Belgisch Staatsblad.
Over de inhoudelijke vereisten van deze verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt evenwel niets gezegd.

Waar een EPB-verslaggever vroeger (vóór 1 januari 2015) wettelijk niet over een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering (zoals zij het noemen een ‘beroepsaansprakelijkheidsverzekering’) diende te beschikken, is dit nu wel het geval.
Sinds 20 augustus 2015, datum waarop het nieuwe wijzigingsbesluit in het Belgisch Staatsblad verscheen, is deze verplichting nu ook in het Energiebesluit zelf geformuleerd.

Voor meer informatie over de EPB-regelgeving in Vlaanderen verwijzen we graag naar de site van het VEA: www.energiesparen.be

 


2. BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

 

De ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen regelde vroeger de EPB-procedure en de aanstelling van de EPB-adviseur binnen het Brusselse Gewest. Nu gebeurt dit door het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing. Bij ordonnantie van 2 mei 2013 werd de regeling met betrekking tot de energieprestaties van gebouwen zodoende in een apart wetboek opgenomen.
Het besluit van de Brusselse Regering van 3 april 2014 bepaalde dat deze nieuwe regels van kracht werden op 1 januari 2015.
 

2.1 Taken en plichten van de bouwpartners

Een eerste nieuw gegeven is dat de architect niet meer ‘standaard’ wordt gezien als EPB-adviseur. De ordonnantie van 7 juni 2007 belastte de architect met de taak van EPB-adviseur, behalve als voor die functie een derde werd aangesteld. Was dat niet het geval, dan werd de architect beschouwd als EPB-adviseur. Deze impliciete veronderstelling dat de architect de rol van EPB-adviseur waarneemt, geldt voortaan niet meer.

Bij elke aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning voor een nieuwe, zwaar of eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheid, moet een EPB-voorstel worden gevoegd. Dit EPB-voorstel moet worden opgemaakt door de EPB-adviseur. De EPB-adviseur wordt dus uiterlijk op het tijdstip waarop het EPB-voorstel moet worden opgesteld aangesteld. Vroeger diende dit uiterlijk 8 dagen voor de start van de werken te gebeuren.
In onderstaande uiteenzetting behandelen we enkel de hypothese van nieuwe of zwaar gerenoveerde EPB-eenheden. Gaat het om een eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheid, dan kan de architect de functie van EPB-adviseur uitoefenen. Betreft het een eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheid waarvan de vergunningsaanvraag is vrijgesteld van de tussenkomst van de architect, dan kan deze functie worden waargenomen door de aangever zelf.

In de praktijk is de architect belast met de opmaak van een EPB-conform ontwerp, maar wordt deze door de EPB-adviseur geëvalueerd.
Nog een nieuwigheid: op vraag van de EPB-adviseur, de architect of het BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer) kan om een advies worden gevraagd inzake de keuze van de kwalificatie van de bestemming en de aard van de werken die aan de EPB-eenheid worden gegeven.
Indien uit het EPB-voorstel blijkt dat de aanvraag om een vergunning onderworpen is aan de EPB-eisen, dan informeert de vergunningverlenende overheid het BIM over de aard van de werken in de aanvraag.

Bestaat het project waarvoor een aanvraag werd ingediend uit één of meer EPB-eenheden? Of is het samengesteld uit één of meerdere zwaar gerenoveerde EPB-eenheden die samen meer dan 5.000 m² bestrijken? Dan dient de EPB-adviseur een technische, milieu- en economische haalbaarheidsstudie te verrichten met betrekking tot de mogelijkheden voor de installatie van thermische zonne-energie, fotovoltaïsche zonne-energie en warmtekrachtkoppeling of andere door de regering bepaalde alternatieve systemen die een besparing van primaire energie mogelijk maken.
Bestaat het project uit één of meerdere nieuwe of eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheden? Of is het samengesteld uit één of meerdere zwaar gerenoveerde EPB-eenheden die samen meer dan 10.000 m² bestrijken? Dan moet er een geïntegreerde haalbaarheidsstudie worden opgesteld over de mogelijkheid om de EPB-eisen voor ‘zero energy” te halen.
Vanaf ontvangst van de geïntegreerde haalbaarheidsstudie en plannen beschikt het BIM over een termijn van 45 dagen om de aanvrager eventuele aanbevelingen te bezorgen. Deze aanbevelingen moeten bij de vergunning worden gevoegd.

Uiterlijk 8 dagen vóór het begin van de werkzaamheden moet de aangever de kennisgeving van het begin van de werken naar het BIM (voor nieuwe of zwaar gerenoveerde eenheden) of naar de vergunningverlenende overheid (voor eenvoudig gerenoveerde eenheden) sturen. Deze kennisgeving moet minstens de datum van het begin van de werkzaamheden vermelden en ook de melding dat de berekeningen inzake de naleving van de EPB-eisen werden verricht en beschikbaar zijn.
De kennisgeving wordt verstuurd door de aanvrager, maar wordt opgesteld door de EPB-adviseur.
Vóór de start van de werken moet de EPB-adviseur op basis van de hem bezorgde documenten en informatie de energieprestatie van het project berekenen.

Tijdens de uitvoering van de werken heeft de EPB-adviseur vrije toegang tot de werf. Anderzijds bezorgt de aangever hem elk document en alle informatie die hij nodig heeft voor de follow-up van het project en de opstelling van de EPB-aangifte.
Vanaf de aanvang van zijn opdracht moeten de EPB-adviseur en de architect schriftelijk worden ingelicht over alle wijzigingen die aan het project worden aangebracht.

Stellen de EPB-adviseur of de architect tijdens de uitvoering van de werkzaamheden vast dat het project afwijkt van de EPB-eisen zoals berekend voor het begin van de werkzaamheden, dan moet een nieuwe berekening worden opgemaakt. De aangever moet hiervan worden verwittigd.
Het is dus aan de EPB-adviseur en de architect om akte te nemen van de maatregelen die worden genomen om aan de EPB-eisen te voldoen en die nodig zijn voor het opstellen van de EPB-aangifte en deze te evalueren. Hij berekent of de EPB-eisen in de praktijk nageleefd worden.
De architect blijft de eerste persoon die tijdens de uitvoering de naleving van de EPB-eisen moet controleren. Anderzijds meldt het Brussels Wetboek wel uitdrukkelijk dat de adviseur vrije toegang heeft tot de werf en op de plaats van de werkzaamheden akte moet nemen van de maatregelen die getroffen zijn om aan de EPB-eisen te voldoen en deze bovendien moet evalueren. De adviseur krijgt dus een actievere rol toebedeeld, volgens ons met een grotere aansprakelijkheid tot gevolg.

Na de voltooiing van de werkzaamheden moet een EPB-aangifte worden opgesteld die overeenstemt met de werkelijkheid. Dit gebeurt in de eerste plaats door de EPB-adviseur.
Het is evenwel de aangever zelf die de EPB-aangifte bezorgt aan het BIM en dat uiterlijk 6 maanden na het einde van de werkzaamheden en, in voorkomend geval, uiterlijk 2 maanden na de voorlopige oplevering van de werken als het gaat om nieuwe of zwaar gerenoveerde EPB-eenheden. Gaat het om eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheden, dan dient hij die aan de vergunningverlenende overheid te bezorgen.
De EPB-adviseur moet de gegevens en vaststellingen die nodig zijn voor de berekening, de technische rechtvaardigingen en de rekenbestanden gedurende een termijn van 5 jaar vanaf de verzending van de EPB-aangifte bijhouden.

Anders dan bepaald door de ordonnantie van 7 juni 2007 moeten de kennisgeving van de aanvang van de werken en de EPB-aangifte niet meer door de architect en de EPB-adviseur worden ondertekend. Reden daarvoor is onder meer dat een en ander te ingewikkeld werd bevonden. Dat de aangever de enige is die deze documenten voortaan nog moet ondertekenen, wordt verantwoord door het feit dat hij als enige verantwoordelijk is voor de naleving van de EPB-eisen.
 

2.2 Erkenning Adviseur

Artikel 2 van het Besluit van 10 oktober 2013 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ‘betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs en houdende de wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat van tertiaire eenheden’ legt vast aan welke voorwaarden men dient te voldoen om als EPB-adviseur te kunnen worden erkend:
“Art. 2. § 1. De erkenning als EPB-adviseur wordt toegekend aan natuurlijke personen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° houder zijn van ofwel een diploma architect, ofwel een diploma burgerlijk ingenieur architect, ofwel burgerlijk of industrieel ingenieur, ofwel van bio-ingenieur of gelijkgesteld, ofwel een in een andere staat afgeleverd gelijkwaardig diploma;
2° zich ertoe verbinden de in de ordonnantie en in artikel 3 van dit besluit opgelegde verplichtingen na te leven;
3° houder zijn van een opleidingsgetuigschrift van EPB-adviseur zoals bedoeld in artikel 2, § 3 van dit besluit.
§ 2. De erkenning als EPB-adviseur wordt toegekend aan rechtspersonen die aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° opgericht zijn overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° op elk moment in het kader van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of een samenwerkings- of associatieovereenkomst, een natuurlijke persoon tewerkstellen die erkend is als EPB-adviseur.
§ 3. Een opleidingsgetuigschrift is geldig voor zover het wordt afgeleverd na de erkende opleiding met succes gevolgd te hebben, en het op de verzenddatum van het ontvangstbewijs van het volledig verklaarde dossier minder dan een jaar oud is.
§ 4. De erkenning wordt toegekend voor een periode van vijf jaar. De erkenning kan in navolging van de procedure bepaald onder artikel 6 met periodes van vijf jaar worden verlengd.”


2.3 Verzekeringsplicht Adviseur

Artikel 3, 9° van het hierboven vermelde Besluit van 10 oktober 2013 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt dat het afsluiten van ‘een verzekering Beroepsaansprakelijkheid ten aanzien van derden voor fouten of nalatigheden begaan bij de uitoefening van zijn activiteit van EPB-adviseur’ één van de verplichtingen is die de EPB-adviseur bij de uitvoering van zijn opdrachten dient na te leven.
De inhoud van deze beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt net als in Vlaanderen ook in Brussel niet wettelijk vastgelegd.
De EPB-Adviseur wordt dus wel wettelijk verplicht om een burgerlijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering te onderschrijven.

Voor meer informatie aangaande de regelgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verwijzen we u graag door naar de website van het BIM:
http://www.ibgebim.be/index.htm


3. WALLONIE

 

In Vlaanderen is er dus weinig tot niets veranderd (behalve dan de toevoeging van de ventilatieverslaggever). In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de aanpassingen beperkt gebleven. Wallonië voerde de meeste veranderingen in het kader van de EPB-regelgeving en de taken van de verschillende bouwpartners door.

Oorspronkelijk waren de regeling met betrekking tot de energieprestaties van gebouwen evenals de functie van de EPB-verantwoordelijke en de verplichtingen daarrond opgenomen in boek IV van de CWATUPE, ingevoegd bij decreet van 19 april 2007.
Het EPB-decreet van 28 november 2013 haalde deze regeling echter uit de CWATUPE. Momenteel wordt de energieprestatie en de rol van de EPB-verantwoordelijke en de andere interveniënten besproken in het decreet van 28 november 2013 (hierna EPB-decreet) en de besluiten die ten gevolge hiervan werden afgevaardigd.
Gemakshalve gebruiken we de Franstalige term voor EPB-verantwoordelijke, namelijk ‘Responsable PEB’.


3.1 Taken en plichten van de bouwpartners

Van de drie Belgische Gewesten is het Waalse Gewest koploper als we het hebben over de meest fundamentele wijzigingen van de concrete taken en plichten van de verschillende bouwpartners en de na te leven procedure.

De taken van de verscheidene betrokken partijen worden uitdrukkelijk opgesomd in de artikels 20 tot en met 22 van het EPB-decreet.

Wat de EPB-procedures betreft, maakt het decreet een onderscheid tussen bouw en heropbouw, ingrijpende renovatie, gewone renovatie en wijziging van bestemming.
Het essentiële verschil tussen de procedures van toepassing bij nieuwbouwwerken, enerzijds, en ingrijpende renovatiewerken, anderzijds, is dat enkel in het eerste geval een technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie moet worden verricht.
Voor de gewone renovatiewerken en bestemmingswijzigingen moet slechts een vereenvoudigde EPB-aangifte worden opgemaakt. De Responsable PEB wordt hierbij niet betrokken.

Een van de grootste verschillen ten opzichte van de oude regelgeving, is dat de architect in de nieuwe regelgeving een project moet ontwerpen dat voldoet aan de EPB-eisen. Voordien werd deze taak aan de Responsable PEB toevertrouwd. Dit is natuurlijk een fundamentele wijziging met grote gevolgen voor de aansprakelijkheid van beide partijen. Het EPB-decreet bepaalt hiermee dat de architect de hoofdverantwoordelijke is voor een EPB-conform ontwerp, daar waar dit voorheen de Responsable PEB was.

De aansprakelijkheid voor een EPB-conform ontwerp wordt weliswaar gedeeld. Het EPB-decreet bepaalt immers ook dat de Responsable PEB enerzijds de maatregelen die door de architect worden overwogen om aan de EPB-eisen te voldoen, dient te beoordelen. Anderzijds dient hij op verzoek van de architect of de EPB-aangever te helpen bij het bedenken van de maatregelen die nodig zijn om aan de EPB-eisen te voldoen.
De Responsable PEB behoudt dus wel degelijk een aansprakelijkheid voor de conformiteit van het ontwerp met de EPB-eisen, zij het dat deze nu dus gedeeld wordt met de architect.

Voor de indiening van de vergunningsaanvraag dient de Responsable PEB de ‘aanvankelijke EPB-aangifte’ te registreren in een gegevensbasis. Die wordt door het Waalse gewest ter beschikking gesteld en omvat de procedurele documenten met betrekking tot de EPB-eisen.
Bovendien moet zoals gezegd voor constructies (nieuwbouwwerken) een technische, ecologische en economische haalbaarheidsstudie worden opgemaakt. Voorheen was deze studie enkel vereist voor gebouwen met een oppervlakte groter dan 1.000 m², nu moet ze in beginsel bij elke vergunningsaanvraag te worden gevoegd. Verder moet de studie ook in de gegevensdatabank worden geregistreerd voordat de vergunningsaanvraag wordt ingediend.
Deze studie dient te worden opgemaakt door een daartoe door de Regering afzonderlijk erkende auteur maar kan, als de nuttige oppervlakte van het gebouw minder dan 1.000 m² bedraagt, ook door de Responsable PEB worden opgesteld.

Anders dan vroeger is nu geen startverklaring meer vereist. Enkel de initiële aangifte en de haalbaarheidsstudie dienen bij de vergunningsaanvraag te worden gevoegd.

Gedurende de uitvoering van de werken moeten zowel de architect als de Responsable PEB nagaan of de EPB-eisen worden nageleefd. Voorheen was dit wettelijk uitsluitend de taak van de Responsable PEB, nu stelt het EPB-decreet dat ook de architect wat dat betreft een plicht heeft.
De verantwoordelijkheid van de Responsable PEB blijft echter groot. Het decreet stelt uitdrukkelijk dat de Responsable PEB in het kader van de uitvoering van de werken de maatregelen moet constateren die getroffen worden om aan de EPB-eisen te voldoen. Als hij vaststelt dat van de EPB-eisen wordt of zou kunnen worden afgeweken, moet hij onmiddellijk de EPB-aangever en de architect verwittigen. Daarbovenop moeten architect, aannemer en EPB-aangever aan de Responsable PEB elk document of gegeven verstrekken dat hij voor de uitoefening van zijn opdrachten nodig heeft. Desgevallend heeft hij ook vrije toegang tot de werf.

Na afloop van de werken moet door de Responsable PEB een definitieve EPB-aangifte worden opgesteld.
Dit gebeurt binnen de 12 maanden na de ingebruikneming van het gebouw of van de voltooiing van de werken maar sowieso na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning.
Deze aangifte wordt door de Responsable PEB geregistreerd in de gegevensbasis alvorens ze aan de Regering wordt overgemaakt.
Net als de aanvankelijke aangifte wordt deze definitieve aangifte opgemaakt door de Responsable PEB, met instemming van de aangever en de architect.

Een bijkomende taak voor de Responsable PEB die hem wordt opgelegd door artikel 33 van het decreet betreft de opmaak van het EPB-certificaat voor de definitieve aangifte: dat wordt door de Responsable opgemaakt en geregistreerd in de gegevensbasis, en vervolgens overgemaakt aan de EPB-aangever.

Tot slot moet de Responsable PEB alle gegevens die hij verzamelde en behandelde voor de procedurele documenten gedurende 5 jaar bijhouden.


3.2 Erkenning Responsable PEB

De erkenningsvereisten voor de Responsable PEB zijn op heden vervat in artikel 40 van het EPB-decreet en het uitvoeringsbesluit van 15 mei 2014.

Dit artikel stelt dat elke natuurlijke persoon als Responsable PEB kan worden erkend als hij:

  • houder is van één van de in de reglementering vereiste diploma’s;
  • de noodzakelijke opleiding heeft gevolgd en met succes een examen heeft afgelegd conform de regelgeving;
  • minder dan 3 jaar voor de indiening van de erkenningsaanvraag niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een besluit tot erkenningsintrekking.

Daarnaast bepaalt dit artikel dat ook een rechtspersoon als Responsable PEB kan erkend worden als hij onder zijn personeel, aangestelden of gemachtigden minstens één erkende Responsable PEB telt.
Artikel 50 van het EPB-decreet bepaalt vervolgens dat de Responsable PEB verplicht is de door de Regering georganiseerde permanente opleidingen te volgen om op de hoogte te blijven van de evolutie van de EPB-regelgeving en van de middelen die hem ter beschikking gesteld worden.

Deze erkenningsvereisten zijn van kracht sinds 1 mei 2015.
Voor wie vóór 1 mei 2015 al als Responsable PEB erkend werd, geldt een overgangsregeling.
Deze persoon dient wel aan de nieuwe erkenningsvoorwaarden te voldoen om voortaan nieuwe opdrachten te kunnen aanvaarden.

Daarnaast voorziet ook artikel 69 van het decreet in bepaalde overgangsmaatregelen voor architecten die voor eigen projecten als Responsable PEB wensen op te treden. Idem dito voor architecten die voor afzonderlijke projecten deze functie willen waarnemen zonder evenwel de noodzakelijke opleiding te volgen.

3.3 Verzekeringsplicht Responsable PEB
Nog een nieuw gegeven: het is voortaan voor de Responsable PEB niet meer verplicht om een verzekering burgerlijke beroepsaansprakelijkheid, inclusief tienjarige aansprakelijkheid, aan te gaan om erkend te worden.
In tegenstelling tot de EPB-verslaggever in Vlaanderen en de EPB-adviseur in Brussel is de Responsable PEB in Wallonië dus niet (meer) wettelijk verplicht zijn burgerlijke aansprakelijkheid te verzekeren.

Voor meer informatie betreffende de regelgeving in Wallonië verwijzen wij naar het internetportaal “Energie” van het Waalse gewest:
http://energie.wallonie.be/fr/index.html?IDC=6018


4. CONCLUSIE

 

Deze uiteenzetting is verre van volledig en allesomvattend. Toch kunnen wij enkele conclusies trekken.

In omzetting van de Europese richtlijn 2010/31/EU zijn de EPB-regelgevingen en de taken die aan de verscheidene bouwpartners worden toegekend in de verschillende gewesten gewijzigd.
In Vlaanderen bleef de evolutie beperkt, in Wallonië deed er zich een grotere verschuiving voor.
Een vergelijking van de evolutie in de verschillende regelgevingen toont wel aan dat de verschillende regio’s qua reglementering naar elkaar toe groeien.
De onderlinge verschillen verdwijnen zeker niet, ze worden wel kleiner en subtieler.

Wat de erkenning betreft van de EPB-aangestelde: in elke regio wordt nu voorzien in een permanente opleiding en een af te leggen examen. Op die manier wordt deze functie in zekere zin ‘opgewaardeerd’. Een actieve, permanente bijscholing is nodig om ze te kunnen en te mogen uitoefenen.

Inzake de verzekeringsplicht stellen wij evenwel een omgekeerde evolutie vast.

In Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden respectievelijk de verslaggever en de adviseur wettelijk verplicht zich te verzekeren. In Wallonië was de Responsable PEB vroeger wettelijk verplicht zijn beroepsaansprakelijkheid te verzekeren, nu is dit niet langer het geval.
Gezien zijn toch nog uitgebreide takenpakket en verantwoordelijkheden verdient het natuurlijk aanbeveling dat de Responsable PEB zijn beroepsaansprakelijkheid alsnog verzekert, zelfs al is dit wettelijk niet verplicht.

Voor een diepgaandere analyse over dit onderwerp, zie volgende uitgaven:
- DEWAELE F., Taken en aansprakelijkheden van verslaggevers in het kader van de Vlaamse, Waalse en Brusselse energieprestatieregelgevingen…, TBO 2014, 165-188.
- HENROTTE, L.-O., EFFINIER, M. en VAN DER MERSCH, S., Performance énergétique des bâtiments: Wallonie-Bruxelles-Flandre, Brussel, Groupe Larcier sa, 2015, 505 p.


Tom Cromphout
Jurist Studiedienst

 

Heeft u nog vragen? Contacteer ons.

 

 

terug naar overzicht