Het milieueffectenrapport: wat zijn uw verplichtingen?

22 november 2016

De milieueffectenbeoordeling valt in België onder de gewestelijke bevoegdheden. Dit artikel gaat dieper in op de MER-regelgeving in het Vlaamse Gewest, de verschillende categorieën waaronder uw project kan vallen en uw concrete verplichtingen

 

De milieueffectenbeoordeling is in België gewestelijke materie. De Europese richtlijn 85/337/EEG hieromtrent werd in de drie gewesten niet altijd op dezelfde manier omgezet, waardoor de reglementering mogelijk verschilt, naargelang het risico zich in Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest situeert.

Let wel dat het woord “milieu” in de ruime zin van het woord moet worden geïnterpreteerd: het gaat niet alleen over water, afval, groen en natuur maar bijvoorbeeld ook over mobiliteit, landschap en erfgoed.

  • In Vlaanderen geldt het volgende: wanneer openbare of private projecten aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu, is een milieueffectenrapportage verplicht. In deze juridisch-administratieve procedure worden de mogelijke milieugevolgen van bepaalde activiteiten of ingrepen onderzocht. Het milieueffectenrapport beschrijft de milieugevolgen van de voorgenomen werken en/of activiteiten en van de mogelijke alternatieven en wordt opgevolgd door de dienst milieueffectrapportage (MER), een dienst binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Engergie. Het rapport is geen aparte vergunning of toelating om te bouwen of exploiteren, maar beoogt enkel de vergunningsverlenende overheid voor te lichten.

          

    Dat milieueffectenrappport moet worden opgemaakt vooraleer de projecten worden uitgevoerd om de schadelijke effecten voor het milieu in een vroeg stadium te kunnen inschatten en opvangen.

    Een project-MER is verplicht voor grote of ingrijpende projecten of wanneer het project in milieukwetsbaar gebied ligt. Voor sommige kleinere projecten geldt een screeningsplicht (project-MER-screening) en zal een MER opgemaakt worden indien uit de screening blijkt dat aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Het project-MER wordt opgemaakt alvorens er een vergunning wordt verleend voor een mogelijk schadelijke activiteit.

    Tijdens de procedure is er steeds een openbaar moment (‘terinzagelegging’) met inspraakmogelijkheid voor de burger. Tijdens dit openbaar moment kunnen alleen opmerkingen geformuleerd worden omdat het MER een informatief document is en geen beslissing inhoudt. Het goedgekeurd MER maakt deel uit van de vergunningsaanvraag en is een openbaar document.

          

    De MER is gekoppeld aan de vergunningsprocedures (de bouw- en milieuvergunning en vanaf 23 februari 2017 de omgevingsvergunning). De initiatiefnemer van de MER-plichtige activiteit dient op zijn kosten en onder zijn verantwoordelijkheid een milieueffectenrapport te laten opstellen door erkende MER-deskundigen.
  • In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er voor sommige vergunningsaanvragen eveneens een voorafgaande milieueffectenbeoordeling vereist, voor projecten die door hun omvang, aard of ligging het leefmilieu of stedelijk milieu ingrijpend kunnen aantasten. Al naargelang de klasse waarin de inrichting is ingedeeld, is sprake van een effectenstudie door een erkend adviesbureau (erkenning als opdrachthouder voor effectenstudies) of een effectenverslag door de aanvrager van de vergunning.
     
  • Het Waalse Gewest kent eveneens een systeem van milieueffectenrapportage: voor sommige projecten volstaat een milieueffectennota, voor andere een milieueffectenrapport.


Doel van het milieueffectenrapport

 

De bedoeling is het publiek te informeren over de effecten van een project op het milieu. Het MER moet worden opgesteld bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of milieuvergunning (vanaf 23 februari 2017 omgevingsvergunning) voor de categorieën van aan milieueffectenrapportage onderworpen projecten die zijn opgenomen in de bijlage van het besluit van 10.12.2004 van de Vlaamse regering.

 

Welke categoriën van projecten zijn onderworpen aan milieueffectenrapportage?


Wanneer voor een bepaald project een vergunning wordt aangevraagd, dient men steeds na te gaan of er verplichtingen zijn volgens de project-MER-regelgeving.

          

Er worden voortaan drie categoriën voorzien in het MER-besluit:

  1. MER-plichtige projecten: de aanvraag voor een milieu-of stedenbouwkundige vergunning (binnenkort omgevingsvergunning) kan slechts bekomen worden mits een goedgekeurd MER (tenzij uitzonderlijke vrijstelling omwille van het algemeen belang) (bijlage I van het besluit)
     
  2. MER-of ontheffingsplichtige projecten: het MER is verplicht, maar onder bepaalde omstandigheden kan de dienst MER een ontheffing uitreiken. De aanvraag voor een milieu-of stedenbouwkundige vergunning (toekomstige omgevingsvergunning) kan slechts bekomen worden mits een goedgekeurd MER of een ontheffing ervan (bijlage II van het besluit). De aanvrager stelt dus ofwel een MER op of dient een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de MER-plicht in.
     
  3. Screeningsplichtige projecten: bij de vergunningsaanvraag moet een screeningsnota worden toegevoegd. Op basis daarvan zal de overheid, die de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvraag onderzoekt, beslissen of er al dan niet een MER noodzakelijk is. Oordeelt zij dat een MER noodzakelijk is dan zal zij de aanvraag onontvankelijk verklaren binnen de 30 dagen en valt het project onder de categorie MER-of ontheffingsplichtige projecten (bijlage III van het besluit)

In concreto zal men dus moeten nagaan of het project onder bijlage I,II of III van het project-MER-besluit valt.

 

Hernieuwing van een lopende milieuvergunning


De hernieuwing dient verplicht aangevraagd te worden tussen de 18 en de 12 maanden voorafgaand aan het verstrijken van de bestaande milieuvergunning. Aan de aanvraag zal een goedgekeurd MER of een ontheffing van het MER moeten worden toegevoegd. Indien het om een screeningsplichtig project gaat, moet een screeningsnota worden toegevoegd.

Wanneer de overheid op basis van de screeningsnota zou beslissen dat een MER moet opgesteld worden, zal de termijn voor het hernieuwen van de milieuvergunning mogelijk overschreden worden. In dat geval mag de activiteit tijdelijk voortgezet worden zonder vergunning, doch maximaal tot zes maanden na de datum betekening aan de aanvrager van de laatste beslissing over de plicht tot het opstellen van het MER.

 

Conclusie


Omdat de milieueffectenbeoordeling in België onder de gewestelijke bevoegdheden valt, is het vooreerst belangrijk u goed in te lichten welke reglementering er geldt. Die kan immers verschillen naargelang het milieurisico zich in Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest situeert. Voor een project in het Vlaamse Gewest dient u na te gaan wat de verplichtingen zijn volgens de project-MER-regelgeving. Uw project kan immers vallen onder drie categorieën: de MER-plichtige projecten, de MER- of ontheffingsplichtige projecten en de screeningsplichtige projecten. 

 

Marijke Evens
Bedrijfsjuriste Protect

 

 

terug naar overzicht